Algemene Richtlijnen

Den Helder        01 januari 2007

Art. 1   Tussen het te maaien pad, dat twee meter breed is en de tuinafscheiding moet 20 cm zwart gehouden worden.In deze strook  zijn  laagbloeiende bloemen toe gestaan.


Art. 2  Windkeringen of tuinafscheidingen mogen bestaan uit:            Gaas, houten hekwerk of natuurlijke begroeiing.            De hoogte is maximaal 100 cm.            Geheel dichte afscheidingen zijn niet toegestaan.            Het Plaatsen gebeurd in overleg met de aangrenzende tuinder.            Bij windsingel, pad, sloot en bij de tuinafscheiding aan de kopse kanten van twee aangrenzende tuinen beslist het bestuur welke hierbij altijd rekening houd dat er geen hinder kan bestaan vooraangrenzende tuinders.


Art. 3   Tuinen  welke in huur zijn toegewezen dienen voor 1 mei te zijn omgespit, geploegd of  gefraist, deze te bewerken en al het vuil wat  daar aanwezig is te vernietigen of te verwijderen. (zie ook art. 551. van de A.P.V.)   hetgeen niet tot overlast mag leiden voor de omgeving, mocht U door ziekte en/of door een ander zwaar wegende reden hiertoe niet in staat zijn, geef dit dan tijdig door aan het secretariaat.   Onkruid, dat zaad kan produceren mag niet tot bloei komen, voor dat tijdstip moet het worden vernietigd.


Art. 4   Iedere tuin heeft een nummer.Grote tuinen hebben meerdere nummers, deze nummers moeten zo geplaatst zijn dat ze vanaf het pad zichtbaar zijn.


Art. 5   Sloten, paden en windsingels worden door de tuinders onderhouden.            Bomen snoeien, kappen of rooien is niet toegestaan, dit gebeurd alleen met toestemming van het bestuur.            Het bestuur controleert dit gedurende het gehele jaar.15 april en 15 november wordt de staat van onderhoud van de sloten gecontroleerd, dit zoals vermeld in het huishoudelijk reglement artikel 6.d maar dan met de bovengenoemde datums zoals aangenomen op de laatste ledenvergadering van 26 november 1999.


Art. 6   Alle bebouwingen moeten met een situatietekening worden aangegeven en altijd bij het bestuur worden aangevraagd.
Na een schriftelijke toestemming mag pas worden begonnen met bouwen.Op tuinen kleiner dan 150 m2 mag geen bebouwing worden geplaatst.Op tuinen groter dan 150  m2 mag niet meer dan 1 schuurtje of huisje geplaatst worden.De grondoppervlakte van een schuurtje of tuinhuisje mag niet meer dan 16 m2 bedragen.De goot of boeiing hoogte is 1.80 c.q 2.30 m , de nokhoogte niet meer dan 3 meter, en bij een oppervlaktevan 6 m2 niet meer dan 2.50 m.De grondoppervlakte van een kas mag niet meer dan 16 m2 zijn, en de goot of boeiing hoogte 1.50 tot 2.00 meter.De nokhoogte  niet meer dan 3 m, hierbij geld tevens dat er niet meer dan 1 kas per tuin mag staan.De oppervlakte van een broeibak mag niet meer dan 12 m2 en de hoogte niet meer dan 100 cm.Lengte, breedte en hoogte van een gereedschapskist  niet meer dan respectievelijk 2 x 1 x 1 meter bedragen.De oppervlakte van bebouwingen voor kleine huisdieren mogen niet groter zijn dan 3 m2 en de hoogte niet meer dan 150 cm.De bebouwingen mogen slechts van deugdelijk materiaal worden gemaakt en moeten qua vorm, kleur en onderhoud tot genoegdoening van het bestuur zijn.


Art. 7   Als de richtlijnen niet juist worden uitgevoerd, kan het bestuur strafmaatregelen uitvaardigen. De strafmaatregelen zijn beschreven in artikel 6 van het huishoudelijk reglement.            Bij de commissie van beroep kan bezwaar worden ingediend, indien men niet met het bestuur tot overeenstemming kan komen.

            Herstelkosten zijn te allen tijde voor de verantwoordelijke tuinder.

            Deze richtlijnen vervangen de richtlijnen van 2002, en gelden vanaf 01 januari 2007

Namens het huidig bestuur.